Wat Zegt de Bijbel?  

Blind Geloof of Gezond Verstand.

Moeten we volgens de Bijbel blindelings geloven of worden we geacht ons verstand te gebruiken. Met als zoveel zaken in de Bijbel zijn ook hier door de juiste teksten te kiezen beide standpunten te verdedigen.  Zo prijzen de volgende teksten die voornamelijk in het Oude Testament (OT) zijn te vinden het gebruik van verstand, wijsheid en wetenschap aan:

(Spreuken 3:13) Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt!
(Spreuken 14:15) De slechte gelooft alle woord; maar de kloekzinnige merkt op zijn gang.
(Spreuken 15:21) De dwaasheid is den verstandeloze blijdschap; maar een man van verstand zal recht wandelen.
(Spreuken 16:16) Hoeveel beter is het wijsheid te bekomen, dan uitgegraven goud, en uitnemender, verstand te bekomen, dan zilver!
(Spreuken 18:15) Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.
(Spreuken 19:2) Ook is de ziel zonder wetenschap niet goed; en die met de voeten haastig is, zondigt.
(Spreuken 22:17) Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;
(Spreuken 24:3) Door wijsheid wordt een huis gebouwd, en door verstandigheid bevestigd; En door wetenschap worden de binnenkameren vervuld met alle kostelijk en liefelijk goed. Een wijs man is sterk; en een man van wetenschap maakt de kracht vast.
(Spreuken 7:4) Zeg tot de wijsheid: Gij zijt mijn zuster; en heet het verstand uw bloedvriend;
(Prediker 2:12) Toen zag ik, dat de wijsheid uitnemendheid heeft boven de dwaasheid, gelijk het licht uitnemendheid heeft boven de duisternis.
(Psalmen 49:21) De mens, die in waarde is, en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten, die vergaan.
(Lukas 10:27) 27 En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven.

De schrijvers van het Nieuwe Testament (NT) gaan hier daarentegen lijnrecht tegenin door van blind geloof in zaken die niet waarneembaar zijn een deugd te maken.

(HebreeŽn 11:1) Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.
(Johannes 20:29) Zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben.
(2 Korinthiers 4:18) Dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig.
(2 Korinthiers 5:7) Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.
(Romeinen 1:20) Want Zijn onzienlijke dingen worden, van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn.

In plaats van op wijsheid, rede, filosofie en bewijs te vertrouwen willen de schrijvers van het NT dat we ons enkel  op geloof in Jezus richten. Ze zeggen dus eigenlijk: denk niet te veel na maar geloof gewoon wat we jullie te vertellen hebben.

(1 Korinthiers 1:22-23) Overmits de Joden een teken begeren, en de Grieken wijsheid zoeken;  Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid;
(Kolossensen 2:8) Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus;
(1 Korinthiers 4:10) Wij zijn dwazen om Christus' wil, maar gij zijt wijzen in Christus;
(1 Korinthiers 2:1-2) En ik, broeders, als ik tot u ben gekomen, ben niet gekomen met uitnemendheid van woorden, of van wijsheid, u verkondigende de getuigenis van God. Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.
(1 Korinthiers 3:18-19) Niemand bedriege zichzelven. Zo iemand onder u dunkt, dat hij wijs is in deze wereld, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden. Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God; want er is geschreven: Hij vat de wijzen in hun arglistigheid;
(1 Korinthiers 1:19-21) Want er is geschreven: Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik te niet maken. Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt?
(1 Korinthiers 2:13-14) Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.  Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.
(1 Korinthiers 2:4) En mijn rede, en mijn prediking was niet in bewegelijke woorden der menselijke wijsheid, maar in betoning des geestes en der kracht;
(1 Korinthiers 1:17) Want Christus heeft mij niet gezonden, om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde.
(1 Korinthiers 8:1-2)  De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht. En zo iemand meent iets te weten, die heeft nog niets gekend, gelijk men behoort te kennen.
(1 Korinthiers 2:6-7)  En wij spreken wijsheid onder de volmaakten; doch een wijsheid, niet dezer wereld, noch der oversten dezer wereld, die te niet worden; Maar wij spreken de wijsheid Gods, bestaande in verborgenheid, die bedekt was, welke God te voren verordineerd heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was;

Bij blind geloof hoort natuurlijk geen twijfel en gebrek aan geestelijke capaciteiten is een pluspunt.

(Romeinen 14:22) Hebt gij geloof? hebt dat bij uzelven voor God. Zalig is hij, die zichzelven niet oordeelt in hetgeen hij voor goed houdt. Maar die twijfelt, indien hij eet, is veroordeeld, omdat hij niet uit het geloof eet. En al wat uit het geloof niet is, dat is zonde.
(Jakobus 1:5) 5 En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden. Maar dat hij ze begere in geloof, niet twijfelende; want die twijfelt, is een baar der zee gelijk, die van den wind gedreven en op geworpen en nedergeworpen wordt.
(Mattheus 5:3) Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.

Dat geloof niet erg bestand is tegen rationele argumenten blijkt uit het feit dat de gelovigen worden opgeroepen om discussie over de leer uit de weg te gaan.

(Romeinen 16:17-18) En ik bid u, broeders, neemt acht op degenen, die tweedracht en ergernissen aanrichten tegen de leer, die gij van ons geleerd hebt; en wijkt af van dezelve. Want dezulken dienen onzen Heere Jezus Christus niet, maar hun buik; en verleiden door schoonspreken en prijzen de harten der eenvoudigen.
(2 Timotheus 2:16-17) Maar stel u tegen het ongoddelijk ijdelroepen; want zij zullen in meerdere goddeloosheid toenemen. En hun woord zal voorteten, gelijk de kanker;
(Romeinen 14:1) Dengene nu, die zwak is in het geloof, neemt aan, maar niet tot twistige samensprekingen.
(1 Timotheus 6:3-5) Indien iemand een andere leer leert, en niet overeenkomt met de gezonde woorden van onzen Heere Jezus Christus, en met de leer, die naar de godzaligheid is, Die is opgeblazen, en weet niets, maar hij raast omtrent twist vragen en woordenstrijd; uit welke komt nijd, twist, lasteringen, kwade nadenkingen. Verkeerde krakelingen van mensen, die een verdorven verstand hebben, en van de waarheid beroofd zijn, menende, dat de godzaligheid een gewin zij. Wijk af van dezulken.

De volgende verzen zijn met bovenstaande in tegenspraak want ze roepen de gelovigen juist op om hun geloof te verdedigen.

(2 Timotheus 4:2) Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.
(1 Petrus 3:15) Maar heiligt God, den Heere, in uw harten; en zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk, die u rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze.
(2 Timotheus 2:24-25) En een dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, en die de kwaden kan verdragen;  Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan; of hun God te eniger tijd bekering gave tot erkentenis der waarheid;
(1 Tessalonicensen 5:21) Beproeft alle dingen; behoudt het goede.
(2 Timotheus 1:7) Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht, en der liefde, en der gematigdheid.
(Jakobus 3:17) Maar de wijsheid, die van boven is, die is ten eerste zuiver, daarna vreedzaam, bescheiden, gezeggelijk, vol van barmhartigheid en van goede vruchten, niet partijdig oordelende, en ongeveinsd.

Conclusie: hoewel het OT een beroep doet op het gebruik van gezond verstand en wetenschap wijzen de schrijvers van het Nieuwe Testament deze rationele methodes om tot gedegen kennis te komen af en roepen de gelovigen op tot een blind geloof in Christus.

Aangezien het helemaal niet duidelijk is wat "geloof in Christus" precies inhoud komt het erin de praktijk op neer dat gelovigen over het algemeen klakkeloos accepteren wat ze door hun geestelijke leiders wordt voorgespiegeld. Hiermee veroordelen christenen zich tot gewillige slachtoffers van manipulatie.

 


Polulaire pagina's


© debijbelzegt.nl 2018