Wat Zegt de Bijbel?  

Wijze Lessen    

Hoewel deze website zich voornamelijk richt op de schaduwkant van de Bijbel kunnen we niet ontkennen dat er ook goede en wijze lessen in zijn te vinden. Wel moeten we hierbij aantekenen dat God en de andere hoofdrolspelers in de Bijbel zich vaak weinig aan die wijsheid gelegen laten liggen.

Exodus

1. "Eert uw vader en uw moeder." 20:12

Maar Jezus zegt dat we onze familie moeten haten en verlaten. (Lukas 14:26) (Mattheus 19:29)

2. "Gij zult niet doodslaan." 20:13

3. "Gij zult niet echtbreken." 20:14

4. "Gij zult niet stelen." 20:15

5. "Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste." 20:16
 
Maar God zelf maakt gebruik van een "leugengeest" als hem dat zo uit komt. (2 Kronieken 18:22)

6. Behandel vreemdelingen, weduwen en wezen goed.  22:21-22

7. Houdt de waarheid hoog; Liegt niet. 23:1

8. Volg niet de massa in kwade zaken. 23:2

9. Behandel je vijanden en degenen die je haten goed. 23:4-5

10. Wees rechtvaardig. 23:6

11. Wees eerlijk. Dood geen onschuldigen. 23:7

 
Maar onschuldige vrouwen en kinderen van de vijand doden is geen probleem (1 Samuel 15:3) (Deuteronomium 20:16-17)

12. Behandel vreemdelingen goed. 23:9

13. Ieder zevende jaar moesten de Israelieten hun velden ongeoogst laten voor de armen. 23:11


Leviticus

1. Laat wat druiven achter in de wijngaard voor de armen. 19:10

2. Steel en lieg niet. 19:11

3. Licht uw naaste niet op. 19:13

4. Drijf niet de spot met blinden en doven. 19:14

Maar David, God's eigen held, denkt daar blijkbaar anders over:  "Al wie de Jebusieten slaat, en geraakt aan die watergoot, en die kreupelen, en die blinden, die van Davids ziel gehaat zijn, die zal tot een hoofd en tot een overste zijn; daarom zegt men: Een blinde en kreupele zal in het huis niet komen." (2 Samuel 5:8)

5. Roddelt niet. 19:16

6. "Gij zult uw broeder in uw hart niet haten; " 19:17

7. "Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven" 19:18, Mattheus 22:39, Markus 12:31, Lukas 10:27, Jacobus 2:8

Verreweg het beste vers in de bijbel maar het lijkt niet erg op zijn plaats hier want in het volgende hoofdstuk geeft God opdracht tot het doden van heksen (20:6), brutale kinderen (20:9), plegers van overspel (20:10) en plegers van homoseksuele handelingen (20:13). Verder staat het oude testament vol met teksten waarin God opdracht geeft aan de Israelieten om hun buurvolkeren te vermoorden. Enkele voorbeelden: (1 Samuel 15:3), (Numerie 21:34-35), (Numerie 31:7)

8. Heb respect voor de ouderen. 19:32

9. Behandel vreemdelingen goed. 19:33-34

10. Wees eerlijk. 19:35-36

11. Boeren dienen de hoeken van hun velden niet te oogsten ten behoeven van armen en vreemdelingen. 23:22


Deuteronomium

1. "Eert uw vader en uw moeder." 5:16

2. "Gij zult niet doodslaan." 5:17

3. "Gij zult geen overspel doen." 5:18

4. "Gij zult niet stelen" 5:19

5. "Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste." 5:20

6. Heb de vreemdeling lief. 10:19

7. Wees de armen behulpzaam. 15:7-8

8. Gevonden voorwerpen en dieren dienen te worden terugbezorgd aan de eigenaar. 22:1-4


Job

1. De dood is het einde en er is geen hiernamaals. 7:7-9


Psalmen

1. "Welgelukzalig is hij, die zich verstandiglijk gedraagt jegens een ellendige;  41:2
 

Spreuken

1. "Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;" 1:8

2. "Dat de goedertierenheid en de trouw u niet verlaten; bind ze aan uw hals, schrijf zij op de tafel uws harten." 3:3

3. "Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt!"  3:13

Maar (Prediker 1:18) zegt dat wijsheid de mens juist ongelukkig maakt.

4. "Onthoud het goed van zijn meesters niet, als het in het vermogen uwer hand is te doen." 3:27

5. "Zeg niet tot uw naaste: Ga heen, en kom weder, en morgen zal ik geven, dewijl het bij u is." 3:28

6. "Smeed geen kwaad tegen uw naaste, aangezien hij met vertrouwen bij u woont. Twist met een mens niet zonder oorzaak, zo hij u geen kwaad gedaan heeft. Zijt niet nijdig over een man des gewelds, en verkies geen van zijn wegen." 3:29-31

7. "De wijsheid is het voornaamste; verkrijg dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting. Verhef ze, en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, als gij haar omhelzen zult." 4:7-8

Maar de schrijvers van het Nieuwe Testament moeten niets hebben van dat soort wijsheid. Die willen dat je domweg gelooft wat ze zeggen. (1 Korinthiers 2:13-14) (1 Korinthiers 1:19-21)

8. "Doe de verkeerdheid des monds van u weg, en doe de verdraaidheid der lippen verre van u." 4:24

9. "Haat verwekt krakelen; maar de liefde dekt alle overtredingen toe. 10:12

10. "Als de hovaardigheid komt, zal de schande ook komen; maar met de ootmoedigen is wijsheid. 11:2

12. "Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig."  12:1

13. "De rechtvaardige kent het leven van zijn beest; maar de barmhartig-heden der goddelozen zijn wreed." 12:10

14. "De weg des dwazen is recht in zijn ogen; maar die naar raad hoort, is wijs." 12:15

15. "Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid; maar een valse tong is maar voor een ogenblik." 12:19

16. "Een wijs zoon hoort de tucht des vaders;" 13:1

17. "Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans; want gij zoudt bij hem geen lippen der wetenschap merken. De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij." 14:7-8

18. "Hoeveel beter is het wijsheid te bekomen, dan uitgegraven goud, en uitnemender, verstand te bekomen, dan zilver! De baan der oprechten is van het kwaad af te wijken; hij behoedt zijn ziel, die zijn weg bewaart." 16:16-17

19. "Die rechtvaardigheid en weldadigheid najaagt, zal het leven, rechtvaardigheid en eer vinden."  21:21

20. "De slechte gelooft alle woord;" 14:15

21. "De arme wordt zelfs van zijn vriend gehaat; maar de liefhebbers des rijken zijn vele." 14:20

22. "Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen."  15:1

23. "De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit."  15:2

24. "Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val. Het is beter nederig van geest te zijn met de zachtmoedigen, dan roof te delen met de hovaardigen."  16:18-19

25. "De wijze van hart zal verstandig genoemd worden; en de zoetheid der lippen zal de lering vermeerderen. Het verstand dergenen, die het bezitten, is een springader des levens; maar de tucht der dwazen is dwaasheid." 16:21-22

26. "Een dwaas zelfs, die zwijgt, zal wijs geacht worden, en die zijn lippen toesluit, verstandig." 17:28

27. "Die antwoord geeft, eer hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande." 18:13

28. "Die zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zijn ziel van benauwdheden." 21:23

29. "De naam is uitgelezener dan grote rijkdom, de goede gunst dan zilver en dan goud." 22:1

30. "Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken." 22:6

31. "Spreek niet voor het oor van een zot, want hij zou het verstand uwer woorden verachten." 23:9

32. "Begeef uw hart tot de tucht, en uw oren tot de redenen der wetenschap." 23:12

33. "Verblijd u niet, als uw vijand valt; en als hij nederstruikelt, laat uw hart zich niet verheugen;" 24:17

34. "Wees niet zonder oorzaak getuige tegen uw naaste; want zoudt gij verleiden met uw lip?  24:28

35. Zeg niet: Gelijk als hij mij gedaan heeft, zo zal ik hem doen; ik zal een ieder vergelden naar zijn werk." 24:29

36. "Indien dengene, die u haat, hongert, geef hem brood te eten; en zo hij dorstig is, geef hem water te drinken;" 25:21

37. "Hebt gij een man gezien, die wijs in zijn ogen is! Van een zot is meer verwachting dan van hem." 26:12

38. "De luiaard is wijzer in zijn ogen, dan zeven, die met rede antwoorden." 26:14

39. "Beroem u niet over den dag van morgen; want gij weet niet, wat de dag zal baren." 27:1

40. "Laat u een vreemde prijzen, en niet uw mond; een onbekende, en niet uw lippen." 27:2

41. "Een man, die zijn naaste vleit, spreidt een net uit voor deszelfs gangen."  29:5

42. "De rechtvaardige neemt kennis van de rechtzaak der armen; maar de goddeloze begrijpt de wetenschap niet." 29:7

43. "De hoogmoed des mensen zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eer vasthouden."  29:23

44. "Geeft sterken drank dengene, die verloren gaat, en wijn dengenen, die bitterlijk bedroefd van ziel zijn; Dat hij drinke, en zijn armoede vergete, en zijner moeite niet meer gedenke." 31:6-7
 

Prediker

1. "Toen zag ik, dat de wijsheid uitnemendheid heeft boven de dwaasheid, gelijk het licht uitnemendheid heeft boven de duisternis. De ogen des wijzen zijn in zijn hoofd, maar de zot wandelt in de duisternis. Toen bemerkte ik ook, dat enerlei geval hun allen bejegent." 2:13-14

2. "Is het dan niet goed voor den mens, dat hij ete en drinke, en dat hij zijn ziel het goede doe genieten in zijn arbeid? Ik heb ook gezien, dat zulks van de hand Gods is." 2:24

3. "Alles heeft een bestemden tijd, en alle voornemen onder den hemel heeft zijn tijd.
   Er is een tijd om geboren te worden, en een tijd om te sterven; een tijd om te planten, en een tijd om het geplante uit te roeien;
   Een tijd om om te doden, en een tijd om te genezen; een tijd om af te breken, en een tijd om te bouwen;
   Een tijd om te wenen, en een tijd om te lachen; een tijd om te kermen, en een tijd om op te springen;
   Een tijd om stenen weg te werpen, en een tijd om stenen te vergaderen; een tijd om te omhelzen, en een tijd om verre te zijn van omhelzen;
   Een tijd om te zoeken, en een tijd om verloren te laten gaan; een tijd om te bewaren, en een tijd om weg te werpen;
   Een tijd om te scheuren, en een tijd om toe te naaien; een tijd om te zwijgen, en een tijd om te spreken;
   Een tijd om lief te hebben, en een tijd om te haten; een tijd van oorlog, en een tijd van vrede." 3:1-8

4. "Ik heb gemerkt, dat er niets beters voor henlieden is, dan zich te verblijden, en goed te doen in zijn leven." 3:12

5. "Ja ook, dat ieder mens ete en drinke, en het goede geniete van al zijn arbeid, Dit is een gave Gods." 3:13

6. "Want wat den kinderen der mensen wedervaart, dat wedervaart ook den beesten; en enerlei wedervaart hun beiden; gelijk die sterft, alzo sterft deze, en zij allen hebben enerlei adem, en de uitnemendheid der mensen boven de beesten is geen; want allen zijn zij ijdelheid.
   Zij gaan allen naar een plaats; zij zijn allen uit het stof, en zij keren allen weder tot het stof.
   Wie merkt, dat de adem van de kinderen der mensen opvaart naar boven, en de adem der beesten nederwaarts vaart in de aarde?" 3:19-21

7. "Dies heb ik gezien, dat er niets beters is, dan dat de mens zich verblijde in zijn werken, want dat is zijn deel; want wie zal hem daarhenen brengen, dat hij ziet, hetgeen na hem geschieden zal?" 3:22

8. "Beter is een arm en wijs jongeling, dan een oud en zot koning, die niet weet van meer vermaand te worden." 4:13

9. "Wees niet te snel met uw mond, en uw hart haaste niet een woord voort te brengen voor Gods aangezicht; want God is in den hemel, en gij zijt op de aarde; daarom laat uw woorden weinig zijn.
   Want gelijk de droom komt door veel bezigheid, alzo de stem des zots door de veelheid der woorden." 5:1-2

10. "Die het geld liefheeft, wordt van het geld niet zat; en wie den overvloed liefheeft, wordt van het inkomen niet zat. Dit is ook ijdelheid." 5:9

11. "Gelijk als hij voortgekomen is uit zijner moeders buik, alzo zal hij naakt wederkeren, gaande gelijk hij gekomen was; en hij zal niet medenemen van zijn arbeid, dat hij met zijn hand zou wegdragen." 5:15

12. "Ziet, wat ik gezien heb, een goede zaak, die schoon is: te eten en te drinken, en te genieten het goede van al zijn arbeid, dien hij bearbeid heeft onder de zon, gedurende het getal der dagen zijns levens, hetwelk God hem geeft; want dat is zijn deel." 5:18

13. "Beter is een goede naam, dan goede olie, en de dag des doods, dan de dag, dat iemand geboren wordt." 7:1

14. "Het is beter te horen het bestraffen des wijzen, dan dat iemand hore het gezang der dwazen." 7:5

15. "Het einde van een ding is beter dan zijn begin; de lankmoedige is beter dan de hoogmoedige." 7:8

16. "Zijt niet haastig in uw geest om te toornen; want de toorn rust in den boezem der dwazen." 7:9

17. "Ik keerde mij om, en mijn hart, om te weten, en om na te sporen, en te zoeken wijsheid en een sluitrede; en om te weten de goddeloosheid der zotheid, en de dwaasheid der onzinnigheden." 7:25

18. "Daarom prees ik de blijdschap, dewijl de mens niets beters heeft onder de zon, dan te eten, en te drinken, en blijde te zijn;" 8:15

19. "Alle ding wedervaart hun, gelijk aan alle anderen; enerlei wedervaart den rechtvaardige en den goddeloze, den goede en den reine, als den onreine;......... en daarna moeten zij naar de doden toe. 9:2-3

20. De doden weten niets meer en krijgen ook geen beloning.  9:5-6

21. "Ga dan heen, eet uw brood met vreugde, en drink uw wijn van goeder harte; 9:7

22. "Geniet het leven met de vrouw, die gij liefhebt" 9:9

23. "Alles, wat uw hand vindt om te doen, doe dat met uw macht; want er is geen werk, noch verzinning, noch wetenschap, noch wijsheid in het graf, daar gij heengaat. 9:10

24. Het lot van de mens wordt, net als dat van de dieren, bepaalt door onzekere factoren waarop we geen of weinig invloed hebben. 9:11-12

25. Wijsheid gaat boven macht, geweld en oorlog. 9:16-18

26. "........maar de wijsheid is een uitnemende zaak, om iets recht te maken. 10:10

27. "De woorden van een wijzen mond zijn aangenaam; maar de lippen van een zot verslinden hemzelven." 10:12

28. "De dwaas maakt wel veel woorden; maar de mens weet niet, wat het zij, dat geschieden zal;" 10:14
 

Lees verder:  Blind geloof of gezond verstand?
 


Polulaire pagina's


debijbelzegt.nl 2018