Wat Zegt de Bijbel?  

Slavernij in de Bijbel.    

(2 Korintiers 3:17)  De Heere nu is de Geest; en waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid.

Van een boek als de Bijbel, door christenen gezien als een morele maatstaf, zou je toch op zijn minst verwachten dat het zich duidelijk uitspreekt tegen slavernij. Met name omdat het volk Israel zelf onder die slavernij heeft geleden in Egypte en door God daarvan werd verlost lijkt een krachtige veroordeling van deze praktijken op zijn plaats.

(Exodus 3:7) En de HEERE zeide: Ik heb zeer wel gezien de verdrukking Mijns volks, hetwelk in Egypte is, en heb hun geschrei gehoord, vanwege hun drijvers; want Ik heb hun smarten bekend......... En nu, zie, het geschrei der kinderen IsraŽls is tot Mij gekomen; en ook heb Ik gezien de verdrukking, waarmede de Egyptenaars hen verdrukken.

[kanttekening: uit Genesis 15:13 blijkt dat die verdrukking door God Zelf was geplanned toen Hij Abram een groot nageslacht beloofde]


Het tegenovergestelde is echter het geval. Het bezitten en verhandelen van medemensen behoort volgens de bijbel tot de dagelijkse gang van zaken en het is dan ook geen wonder dat voorstanders van slavernij en apartheid deze gruwelijkheden met de Bijbel in de hand hebben verdedigd.

Mensen kunnen volgens de bijbel gekocht en verkocht worden.

(Genesis 17:12)  Een zoontje dan van acht dagen zal u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: de ingeborene van het huis, en de gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad;

(Exodus 12:44) Doch alle knecht van iedereen, die voor geld gekocht is, nadat gij hem zult besneden hebben, dan zal hij daarvan eten.

(Leviticus 25:42) Want zij zijn Mijn dienstknechten, die Ik uit Egypteland uitgevoerd heb; zij zullen niet verkocht worden, gelijk men een slaaf verkoopt.

(Leviticus 25:51) Indien nog vele van die jaren zijn, naar die zal hij tot zijn lossing van het geld, waarover hij gekocht is, wedergeven.

Dat bijna iedereen, inclusief de Bijbelse hoofdrolspelers zoals Abraham en Jacob, slaven bezaten blijkt wel uit het feit  dat het  10e gebod speciaal slaven vermeldt. Tekenend is ook dat slaven in ťťn adem met het vee worden genoemd. 

(Genesis 17:23) Toen nam Abraham zijn zoon IsmaŽl, en al de ingeborenen van zijn huis, en alle gekochten met zijn geld, al wat mannelijk was onder de lieden van het huis van Abraham, en hij besneed het vlees hunner voorhuid, even ten zelfden dage, gelijk als God met hem gesproken had.

(Genesis 30:43)  En die man brak gans zeer uit in menigte, en hij had vele kudden, en dienstmaagden, en dienstknechten, en kemelen, en ezelen.

(Exodus 20:17)  Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.

De inwoners van Kanaan die de veroveringen hebben overleefd en al hun nakomelingen worden door koning Salomo tot slaaf gemaakt tot in lengte van dagen.

(1 Koningen 9:20)  Aangaande al het volk, dat overgebleven was van de Amorieten, Hethieten, Ferezieten, Hevieten, en Jebusieten, die niet waren van de kinderen IsraŽls; Hun kinderen, die na hen in het land overgebleven waren, die de kinderen IsraŽls niet hadden kunnen verbannen, die heeft Salomo gebracht op slaafsen uitschot tot op dezen dag. Doch van de kinderen IsraŽls maakte Salomo geen slaaf;

Vrouwen en kinderen als oorlogsbuit.

(Deuteronomium 20:13) En de HEERE, uw God, zal haar in uw hand geven; en gij zult alles, wat mannelijk daarin is, slaan met de scherpte des zwaards; Behalve de vrouwen, en de kinderkens, en de beesten, en al wat in de stad zijn zal, al haar buit zult gij voor u roven; en gij zult eten den buit uwer vijanden, dien u de HEERE, uw God, gegeven heeft.

(Numeri 31:17) Nu dan, doodt al wat mannelijk is onder de kinderkens; en doodt alle vrouw, die door bijligging des mans een man bekend heeft. Doch al de kinderen van vrouwelijk geslacht, die de bijligging des mans niet bekend hebben, laat voor ulieden leven.

Ook God zelf verkoopt mensen, geeft opdracht om mensen tot slaaf te maken en/of gebruikt slavernij als straf.

(Joel 3:8) En Ik zal uw zonen en uw dochteren verkopen in de hand der kinderen van Juda, die ze verkopen zullen aan die van Scheba, aan een vergelegen volk; want de HEERE heeft het gesproken.

(Deuteronomium 20:10) Wanneer gij nadert tot een stad om tegen haar te strijden, zo zult gij haar den vrede toeroepen.En het zal geschieden, indien zij u vrede zal antwoorden, en u opendoen, zo zal al het volk, dat daarin gevonden wordt, u cijnsbaar zijn, en u dienen.

(2 Kronieken 12:8) Doch zij zullen hem tot knechten zijn, opdat zij onderkennen Mijn dienst, en den dienst van de koninkrijken der landen.

(Deuteronomium 28:68) En de HEERE zal u naar Egypte doen wederkeren in schepen, door een weg, waarvan ik u gezegd heb: Gij zult dien niet meer zien; en aldaar zult gij u aan uw vijanden willen verkopen tot dienstknechten en tot dienstmaagden; maar er zal geen koper zijn.

De Bijbel geeft regels om de slavenhandel in 'goede' banen te leiden.

(Leviticus 25:44) Slavernij is geen probleem zolang je de slaven maar bij andere volkeren vandaan haalt.

(Leviticus 25:46) Slaven en de nakomelingen daarvan zijn erfelijk bezit en blijven tot in eeuwigheid de familie van de meester dienen.

(Exodus 21:7) Dochters kunnen als slaaf worden verkocht.

(Exodus 21:4) Wanneer een slaaf kinderen krijgt bij een slavin zijn die kinderen het bezit van de meester.

(Exodus 21:20-21) Afranselen is geoorloofd zolang er geen doden bij vallen.

(Exodus 21:2-5) Mannelijke Hebreeuwse slaven kunnen na 7 jaar dienst vrijkomen maar moeten daarbij een gruwelijk keuze maken tussen hun gezin of de vrijheid.

(Exodus 21:6) (Deuteronomium 15:17) Kiest de slaaf voor zijn gezin dan wordt hij met zijn oor aan de deurpost gespijkerd om voor eens en voor altijd duidelijk te maken wie zijn meester is.

(Exodus 21:32) Als een slaaf wordt gedood moet zijn meester worden betaald.

De volgende tekst waar God een bepaalde bevolkingsgroep veroordeelt tot slavernij is door "christelijke" slavenhandelaren en slavenhouders gebruikt om het bezit en verhandelen van mensen te rechtvaardigen.

(Genesis 9:22) En Cham, Kanašns vader, zag zijns vaders naaktheid, en hij gaf het zijn beiden broederen daar buiten te kennen. Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen, en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders; en hun aangezichten waren achterwaarts gekeerd, zodat zij de naaktheid huns vaders niet zagen. En Noach ontwaakte van zijn wijn; en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had. En hij zeide: Vervloekt zij Kanašn; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!

Ook Jezus en de  schrijvers van het Nieuwe Testament komen niet in opstand tegen het onrecht van de slavernij maar doen hun uiterste best om de bestaande gezagsverhoudingen, hoe onrechtvaardig deze ook mogen zijn, in stand te houden.

(Mattheus 25:14-30)  Jezus presenteert ons een wereldbeeld  waarin de meester absolute zeggenschap heeft over zijn ondergeschikten en hij kan handelen zoals dat hem belieft.

(Lukas 12:47)  Jezus heeft geen probleem met lijfstraffen.

(1 Timotheus 6:1) Slaven moeten, in naam van God en de leer, gehoorzamen  aan hun meesters.

(Titus 2:9-10) Slaven moeten hun meesters gehoorzamen ter meerdere glorie van God.

(Efeziers 6:5) Slaven dienen hun meesters te gehoorzamen net zoals ze Christus gehoorzaam zijn.

(Kolossensen 3:22) Gij dienstknechten, zijt in alles gehoorzaam uw heren naar het vlees

(1 Petrus 2:18-19) Zelfs als ze onrechtvaardig worden behandeld moet een slaaf zich neerleggen bij de grillen van zijn meester.

(Filemon) Paulus stuurt Onesimus, een bekeerde slaaf,  terug naar zijn meester.


Hoe vertalers de slavernij proberen weg te werken.

De vertalers van de Statenbijbel hebben hun best gedaan om het duistere bijbelse slavernij verleden zoveel mogelijk te verbloemen door het woord slaaf te vervangen door knecht waardoor de indruk wordt gewekt dat we hier te maken zouden hebben met arbeidsverhoudingen tussen werkgevers en werknemers.

In het Oude Testament komt het woord knecht namelijk meer dan 600 keer voor maar het woord slaaf wordt daarentegen slechts 15 keer gebruikt terwijl in de grondtekst in al deze gevallen hetzelfde hebreeuwse woord 'obd' staat. Alleen als men er echt niet omheen kon omdat er  bijvoorbeeld sprake was van verkoop of erfelijk bezit of als het de dramatiek van een verhaal ten goede kwam heeft men het woord slaaf gebruikt.

In het Nieuwe Testament dat in het grieks is geschreven wordt het woord slaaf in de Statenvertaling helemaal niet gebruikt. Hier wordt consequent het griekse "doulos" wat slaaf betekent vertaalt met "dienstknecht". Dit wordt zelfs gedaan op plaatsen waar een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen vrije mensen en deze "dienstknechten".  (zie grondtekst NT)

De NBV vertalers hebben dat een stuk eerlijker gedaan.
Zie: slaaf slaven

 

Lees verder:  Kindermishandeling in de Bijbel
 


Film
Vermeersch over bijbelse slavernij


Polulaire pagina's


© debijbelzegt.nl 2018